Vul je mailadres in:

Met dank aan FeedBurner

Afbeeldingsresultaat voor keysabyl

Ik ben Patrick Keysabyl, onderwijzer en ICT-coördinator.  Ik ben verslaafd aan het educatief gebruik van de computer.  Ik probeer af te kicken met wandelen, fietsen, reizen, fotografie, video, lezen, joggen en badminton.  Gelukkig heb ik een fantastische vrouw die mijn verslaving al die jaren verdraagt.

 

Wie is online

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 0 gasten online.

Gebruikerslogin

Start

info

warning: Creating default object from empty value in /home/cokmisrg/domains/triangel.be/public_html/site4school/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Zou jij jouw leerlingen leren "twitteren"?

Ik ben er zeker van dat negen van tien van mijn collega's zich nu de vraag stellen: "Wat is twitteren?" Wel, in Groot-Brittannië is men van plan om twitteren op te nemen in de onderwijsdoelen van het lager onderwijs.  Gelukkig wel men meer dan twitteren aanleren.  Je leest er alles over in de Standaard van vandaag.

Daniel Tammet

Ik las deze morgen (iets wat ik zelden doe, maar op donderdag 'begin' ik pas om 9u) een interessant artikel over Daniel Tammet.  Tammet is een 29-jarige Brit die door een epilepsieaanval als kleuter autistisch werd, maar ook een savant.  Een savant is een autist met bijzondere gaven.  Iedereen kent wel de film Rainman waarin Dustin Hofman een savant speelt.

Volgens Tammet staan we aan een scharnierpunt in de evolutie van de kennis van ons brein en dat zal grote gevolgen hebben voor onze maatschappij.  Wat me het meest verwonderde was, dat hij voorspelde dat ons onderwijs grondig zou veranderen.  We zijn volgens Tammet al decinnia verkeerd bezig met onderwijzen. Kleuters leren op drie jaar een taal bijna perfect spreken, zonder dat het grammaticaregels moet leren.  Een kleuter leert intuïtief, maar verleert dit door ons huidig onderwijs. Tammet gaf zelf een mooi voorbeeld van intuïtief denken:

Elke taal heeft zijn eigen logica, maar het is een andere logica dan de grammatica uit de boeken. Bijna alle Engelse woorden die beginnen met gl-, hebben met licht of glans te maken: glimmer, glow, glamour, glory. Alles wat met een b- begint is vaak rond: ball, balioon, button, bubble. En in het Nederlands zie je hetzelfde: alle woorden beginnend met kn- hebben een 'rond' karakter.  Hoe vertaal je garlic? Knoflook. Is toch klein en rond. En dan button, knoop. Bud, knop van een bloem.

En misschien is dat wel de manier waarop jij als peuter Nederlands hebt geleerd: met onbewuste patronen in je hoofd. Een manier van instinctief leren die je later hebt af geleerd. Wat eigenlijk een schande is, want zo is je een instrument afgenomen waarmee je makkelijk andere talen onder de knie krijgt.

Op de website van HUMO kan je een documentaire bekijken over Daniel Tammet.

Ik ben ervan overtuigd dat lesgeven met ICT ook bijdraagt tot dit intuïtief denken.  De leerlingen zijn om te beginnen heel gemotiveerd, een basis voor goed onderwijs.  Daarnaast zijn ze vaak met verschillende vaardigheden gelijktijdig bezig: begrijpend lezen, beeldende vorming, wiskundig denken, taalbeschouwing.  Daarbij komt nog dat ze deze activiteiten ook koppelen aan een fysische eigenschap: met de muis moeten ze klikken en slepen.  Leren is volgens mij alle delen van de hersenen actief betrekken en met ICT is dit  beter mogelijk dan op een klassieke manier.

20 tips om efficiënter te werken met de computer in de klas

1.       In heel wat educatieve programma's moeten letters worden ingegeven.  Meestal kan dit enkel met behulp van het toetsenbord.  Wanneer kinderen reeds op vroege leeftijd met twee vingers tokkelen op het toetsenbord, bestaat het gevaar dat ze heel vaardig leren tikken met twee vingers.  Op zich, niet zo erg zou je denken, maar als de kinderen op latere leeftijd leren typen met 10 vingers, bestaat de kans dat ze dit vlug opgeven, omdat ze veel sneller kunnen typen met 2 dan met 10 vingers.  

Probeer daarom bij jongere kinderen programma’s te gebruiken, waarbij niet teveel moet getikt worden, maar waarbij kinderen het juiste antwoord kunnen aanklikken met de muis.  Heel wat leerkrachten die typonderwijs geven, zullen je dankbaar zijn. 

2.     Op de toetsenborden van de computers in mijn klas, heb ik kleine ronde gekleurde stickers gekleefd. Op de twee entertoetsen (ook die van het numeriek klavier) kleeft een groene sticker, op de deletetoets kleeft een rode sticker, op de spatiebalk zit een blauwe sticker. Ook op de linker toets van de muis zit er een gele sticker. Ik kan nu als de kinderen bijvoorbeeld niet weten dat ze de entertoets moeten indrukken, de opdracht geven:"druk op de groene toets". Niet alle kinderen begrijpen het begrip "entertoets". Met deze gekleurde stickers wordt dit probleem opgelost, zonder dat ik de overeenkomstige toets moet tonen. 

Soms staat de enter- of deletetoets niet altijd op dezelfde plaats. Door middel van de kleurencode is er toch geen probleem voor de kinderen, omdat ze weten dat groen "enter" betekent en rood "delete". 


3.  Ik vind het verkeerd om de computer te gebruiken op het ogenblik dat een leerling klaar is met een opdracht. Zo komen alleen de "rappe" leerlingen aan "de bak". Ik werk met een doorschuifsysteem, zonder dat ik als leerkracht dit moet controleren en bijhouden. (We moeten al genoeg gegevens bijhouden...)  

Kleef 2 boterdoosjes met hun onderkant aan elkaar. De onderste doos krijgt een deksel. In de onderste doos komt er ook een gleuf waar naamkaartjes door kunnen. In de bovenste doos zitten de naamkaartjes van de leerlingen uit de klas. Bij de eerste beurt trek ik een naamkaartje uit de bovenste doos en geef dat in stilte aan de overeenkomstige leerling. Die steekt zijn naamkaart door de gleuf van de onderste doos en komt zo niet meer aan bod tot alle namen uit de bovenste doos verdwenen zijn. Is die leerling klaar met zijn opdracht, dan trekt hij in stilte een nieuwe naam uit de bovenste doos en geeft die aan zijn vriendje.  Die steekt zijn naamkaartje door de gleuf...  en zo gaat dat door tot alle namen van de bovenste doos in de onderste zijn verdwenen. Ik verwissel dan terug alle namen en alles kan van vooraf aan beginnen. Met deze methode weet ik zeker, dat iedereen aan bod komt, het kost geen geld en ik verlies geen tijd in het organiseren van de beurten. Is een beurt niet afgewerkt in één dag, dan kan je gewoon verder de volgende dag.   

 


 

4.     Vaak zitten twee leerlingen samen aan de computer. Dit heeft zo zijn voordelen. Dankzij de computer is er vaak een interessant leerproces tussen de twee leerlingen. De computer is de aanleiding om problemen te gaan verwoorden onder elkaar. We weten dat een probleem verwoorden reeds voldoende is om het op te lossen. Knappere kinderen helpen ook vaak hun vrienden. Kinderen kunnen soms beter een probleem verklaren dan de leerkracht.  5.     Gooi je oude computers niet te vlug weg. Het is voldoende dat je één goed programma hebt voor één welbepaalde computer, om die computer in klas te gebruiken. Het hoeft niet steeds een grafische computer te zijn om goede educatieve programma's in de klas te hebben. Er bestaan toestellen van 10 jaar oud (wat in de computerwereld "hoogbejaarde" toestellen zijn), waar nog heel goede educatieve programma's voor bestaan, die veel beter zijn dan het "stuf" dat vandaag verkrijgbaar is op CD-ROM, bestemd voor een multimedia-PC.  6.     Bezit je verschillende computers, dan is het heel interessant om alle aansluitingen op het net, op één grote stekkerdoos uit te voeren. Er bestaan tegenwoordig stekkerdozen van 6 en meer aansluitingen. Plaats je nu tussen deze stekkerdoos en de aansluiting op het net, een schakelaar, dan kan je al je computers met één schakelaar aanzetten. Merk op dat je een Windows-computers nooit zomaar met de schakelaar mag afleggen.

  

7.     Leg je computer af  ’s avonds, in de  weekends en de vakantieperiodes.  Ik dacht vroeger dat een computer niet veel elektriciteit verbruikte, maar ik heb aan de lijve ondervonden dat dit wel het geval is. Met tip 6 is dit snel gebeurd.  Voor deze handeling kan je ook een leerling aanstellen.8.     Gebruik niet te veel educatieve programma's in de klas. Het is beter om met enkele degelijke programma's te werken. Kies je voor programma's van dezelfde auteur(s), dan is elk programma vlug gekend door de kinderen omdat de lay-out overal gelijk is. Koop nooit te vlug een programma dat zichzelf het etiket "educatief" opkleeft. In de commerciële sector zijn er teveel programma's die zich zo noemen, zonder dat ze het zijn. Koop vooraf een demo als het kan, of beoordeel zelf eerst het programma voordat je het koopt.   9.     De meeste kinderen hebben thuis een computer en sommigen kunnen hiermee goed uit de voeten. Ik duid bij het begin van een nieuw schooljaar, twee kinderen aan als "computerkids". Zij mogen dan de computers aanleggen en uitdoen op mijn verzoek. Ik controleer natuurlijk wel eerst even of ze dit kunnen. Eventueel krijgen ze een kleine opleiding. Dit is zeker haalbaar met kinderen vanaf 7 jaar. 10.  Vaak is het geluid storend voor de andere kinderen.  Dit probleem is gemakkelijk op te lossen met behulp van één of twee koptelefoons. In de handel zijn er reeds goedkope koptelefoons verkrijgbaar voor €5. Koop daarbij een verdeelstekker, zodat je twee koptelefoons op de uitgang van je klankkaart kan installeren en het probleem is opgelost, zonder dure investeringen.  

 

 

11.   Sommige computer starten heel traag op.  Als je de computer afsluit in slaapstand (niet standby) dan mag je daarna ook de stroom afleggen.  Maar bij het opstarten, zal je merken dat de computer veel sneller opgestart wordt.  Wanneer je een computer afsluit in slaapstand, dan slaat hij de toestand op waarin die zich bevindt.  Het terug zetten van die toestand bij het opstarten gaat merkelijk sneller, dan starten vanaf nul.

12.  Klaslokalen zijn vaak stoffige ruimtes. Heel vaak laat de muis het dan ook afweten omdat die door stof zijn werk niet goed kan doen. Het is een goede gewoonte om elke trimester de muis eens af te stoffen. In oude muizen zit er een balletje dat je er kan uithalen. Haal het balletje eruit en blaas eens stevig in de holte die vrijkomt. Het balletje kan je eventjes afvegen met een doekje gedrenkt in brandalcohol en je muis zal waarschijnlijk weer rollen als nieuw. Maar lasermuizen zijn tegenwoordig zo goedkoop geworden dat ze muizen met balletjes zouden moeten verbieden.  13.  Er bestaan tegenwoordig prachtige programma's waarmee je jouw agenda kan opmaken. Maar eigenlijk kan je met elke tekstverwerker hetzelfde, ik heb het lang zo gedaan en ik kon mijn agenda even snel "schrijven" als nu met een speciaal programma. 

Maak voor elke dag een sjabloon waarop enkel de uren en de vakken staan. Bij het openen van een nieuw document kies je dan de sjabloon dat overeenkomt met de dag die je wilt invullen. Voor elk vak maak je een apart bestand. Zo krijg je een bestand met al je lessen van wiskunde, een ander bestand met die van taal, van wero, enz. Met behulp van zoeken, kopiëren en plakken, kan je nu eenvoudig bij elk uur de overeenkomstige les invoegen. Ik stelde mijn tekstverwerker zo in dat hij bij het opstarten automatisch alle bestanden inlaadde die nodig waren om mijn agenda in te vullen. 

Met Google Documenten kan je op die manier een agenda maken die online staat en overal bereikbaar is.15.  Geef nooit een computer aan een leerkracht als die er zelf niet om gevraagd heeft. Ik ken scholen waar meer dan de helft van de leerkrachten na zes maanden hun nieuw gekregen computers nog niet uit hun verpakking hadden gehaald. Ik kan het ze niet echt kwalijk nemen, want "men" had beslist dat iedere klas een computer kreeg.    16.  Koop een nieuwe computer steeds in vertrouwen. Goedkoop is vaak achteraf een zure koop. Geef liever iets meer, met de garantie dat je kan rekenen op een dienst naverkoop. Ook in de computerwereld heersen tegenwoordig maffiose toestanden met valse en minderwaardige stukken. Zelfs dealers weten soms niet meer wat echt en vals is zonder een echtheidscertificaat.    17.  Een aantal bedrijven bieden degelijke tweedehandse merkcomputers aan voor een zacht prijsje.  Meestal staat er een besturingssysteem op met licentie. 

18. Word lid van Klascement (www.klascement.net) Deze portaalsite wordt ondersteund door het Ministerie van Onderwijs en verzamelt allerlei materiaal en ideeën om te gebruiken in de klas.  Triangel vzw (www.triangel.be) doet hetzelfde en brengt maandelijks een ICT-nieuwsbrief uit vol leuke tips. Kijk ook een bij de buren op www.kennisnet.nl Zit je met een vraag, durf dan gebruik te maken van www.lerarenforum.be  Je krijgt er snel een antwoord op jouw vraag.19.  Durf de harde schijf van je computer eens volledig te formatteren als je computer vaak vastloopt of merkbaar trager zijn werkt doet.  Dit is wel een werkje voor tijdens de grote vakantie, maar in de meeste gevallen krijg je een computer die achteraf dubbel zo snel draait.   Windows wordt aangewreven dat het geen zo’n stabiel systeem is.  Ik heb de persoonlijke ervaring dat dit vaak komt door de programma’s die onder Windows werden geïnstalleerd.20. Hou af en toe eens schoonmaak in je harde schijf.  Hoe voller die staat, hoe trager je systeem werkt.  Het is voor de goede werking van een computer belangrijk dat er steeds vrije ruimte op je harde schijf beschikbaar is.  (zo’n 25 % minimaal)  “Defragmenteren” is ook een onderdeel van deze schoonmaak.  Daarbij zet je letterlijk alles weer op een rijtje op je harde schijf, zodat de computer zijn bestanden vlugger kan vinden.

Hoe integreer je de computer in de klaspraktijk?

Begin haalbaar. Heel vaak zijn de eerste negatieve ervaringen voor een leerkracht voldoende om er de brui aan te geven. Daarom raad ik aan om met één computer te beginnen waarop slechts één of twee goed uitgekozen programma’s draaien. Zorg ervoor dat je als leerkracht achter de software staat en dat je de software door en door kent, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Als het mogelijk is, leer dan nieuwe programma’s gezamenlijk aan in de computerklas. Zo hoef je achteraf niet voortdurend een programma uit apart uit te leggen in de eigen klas.

Schakel die computer dan in bij hoekenwerk. Naast de vele hoeken ontstaat er zo een computerhoek, waar twee kinderen tezamen een opdracht afwerken.
Duid één of twee leerlingen aan die ‘verstand’ hebben van computers. Deze kinderen zijn verantwoordelijk om de computer aan en uit te zetten of eventueel een programma op te starten. Wees gerust, zij ‘spelen’ daarmee. Ik weet niet of dit reeds haalbaar is vanaf het eerste leerjaar, maar ik geloof het wel. In mijn tweede leerjaar kunnen ze het in elk geval reeds.

Breid na een tijdje het aanbod verder uit. Waarom zou je de computer niet inschakelen tijdens de tekenles, de handwerkles, een schrijfles? Deze lessen laten toe dat in een beurtrol (zie tips) kinderen ook aan de computer kunnen werken. Het vraagt weinig voorbereiding van de leerkracht en de leerlingen zijn gemotiveerd. 
De volgende stap is de computer in te schakelen bij het differentiëren, zowel naar boven toe als naar beneden. In een aantal klassen krijgen - jammer genoeg - enkel ‘vlugge’ leerlingen de kans om aan de computer te zitten, omdat ze een opdracht hebben afgewerkt. Als beloning mogen ze dan aan de computer. Ik heb daar geen problemen mee, als zwakkere kinderen evenveel kansen krijgen. Zelf gebruik ik vaak de computer met zwakke kinderen. Ze krijgen oefeningen op hun niveau, de faalangst is merkelijk kleiner en ik kan veel makkelijker het leerproces volgen en bijsturen.

De computer inschakelen in de klaspraktijk vraagt eigenlijk een andere manier van lesgeven. Bij klassikaal lesgeven is er weinig ruimte om de computer te gebruiken. De computer krijgt pas echt kansen in de werkmomenten, de ogenblikken waarop de leerlingen een opdracht afwerken. Dit gebeurt in elk vak, van rekenen tot zelfs muziek. De computer is slechts een instrument, net zoals papier en krijt dat zijn. Het komt erop aan het instrument te gebruiken waarvoor het geschapen is. (Zie de voordelen van de computer) Een andere manier van lesgeven bestaat er ook in dat je kinderen vrijheden en verantwoordelijkheden durft te geven. Het is makkelijker voor een leerkracht om de bijrivieren van de Schelde op te sommen. Of de leerlingen dit zo beter zullen onthouden is een andere vraag. Het vraagt natuurlijk veel meer tijd om de bijrivieren zelf te laten opzoeken. Om de Dender niet alleen te zien in een atlas, maar via Internet bijvoorbeeld te zien hoe hij in de Schelde vloeit en dat dit niet toevallig in Dendermonde gebeurt. 

Ik ben een groot voorstander van ‘het natuurlijk leren’. Als wij onze eigen kinderen leren spreken, dan zullen wij dit ook niet met de regelmaat van de klok toetsen, welke woorden ze reeds kennen. Baby’s leren spontaan. Plots mag dit niet meer in het onderwijs. Alle informatie die op de leerlingen afkomt, wordt aangebracht en goedgekeurd door de leerkracht. De computer biedt kansen om terug spontaan leerstof op te nemen zonder dat het echt extra werk van de leerkracht vraagt. Het vraagt alleen een andere houding, een andere manier van lesgeven, een manier die we niet altijd in de normaalschool hebben geleerd. Ik stel wel met vreugde vast dat de nieuwe leerplannen mijn visie op onderwijs ondersteunen.
De computer in de klas gebruiken, vraagt ook een goede planning en organisatie. Het mag voor de leerkracht geen meerwerk betekenen. Anders haken de meesten af. 

Zorg er voor de hardware en software op punt staat. Een computer die steeds foutmeldingen geeft bij het opstarten, sofware die niet doet wat ervan verlangd wordt, het zijn allemaal zaken die ervoor kunnen zorgen dat de computer letterlijk en figuurlijk aan de kant blijft staan. Ik ken gevallen waarbij de computer een half jaar lang niet werd gebruikt omdat men de tijd niet vond voor een dubbelstekker, zodat monitor en computer aan één stopcontact konden worden aangesloten.

 

Hoe ziet een ideaal educatief programma eruit?

Ik wil allereerst stellen dat het ideaal educatief programma niet bestaat.  Elk programma, hoe goed het ook is, kan steeds beter (worden).   Het is op zich niet slecht om de lat heel hoog te leggen, maar ik heb meermaals ervaren dat collega’s de lat van mijn programma’s steeds hoger willen leggen, terwijl ze niet beseffen dat ze er zelf niet kunnen overspringen (een doordenkertje…)

Een goed educatief programma moet toch aan enkele voorwaarden voldoen:

Het programma moet één of meerdere educatieve doelen aanbieden op een leuke, speelse manier.  Dit doel moet terug te vinden zijn in het leerplan of de eindtermen.  Een leerkracht die de computer gebruikt zonder de samenhang te zien met andere lessen is verkeerd bezig.  De computer mag geen goedkope kinderopvang zijn, waarmee je de kinderen bezig houdt.   

Het programma moet prikkelend werken, voldoende variatie bieden zodat de kinderen er niet vlug op uitgekeken raken.   Kinderen lossen graag problemen op, maar dan wel problemen die haalbaar zijn.   Zo zijn er heel wat programma’s waarbij het kind de sleutel moet vinden om tot de oplossing te komen.  Is het probleem eenmaal opgelost dan is zo’n programma afgeschreven.  Soms is het probleem te moeilijk voor het kind met hetzelfde resultaat tot gevolg.  De kunst bestaat erin een programma te vinden, waarbij het kind weet dat het op zijn tenen moet staan om het probleem op te lossen.  Heeft het eenmaal de juiste stap gezet, dan komt het andere problemen waarvan het kind weet, dat het ook deze kan oplossen.

In het programma moeten verschillende moeilijkheidsgraden kunnen worden ingesteld.  Dit vloeit voort uit de vorige voorwaarde.   Ik vind het ook belangrijk dat kinderen zelf eventueel hun niveau kunnen kiezen.   Het is als volwassene niet altijd zo eenvoudig om in te schatten wat een kind aankan of niet.  Jammer genoeg zijn de instelschermen van educatieve programma’s vaak bedoeld voor de ouder of leerkracht.

Bij een foutief antwoord moet er voldoende feedback zijn.  Niet alleen moet het kind weten dat het antwoord goed of fout is, daarnaast moet er hulp worden aangeboden om de goede oplossing te vinden.  Ik ken programma’s waarbij een programma blijft zeggen “fout” wanneer een kind een aangeboden probleem niet kan oplossen.  Heel frustrerend, ook al maakt het programma zich niet kwaad, maar als je 10 keer “fout” hoort, dan geef je er ook de brui aan.  Ik vind dat het programma na een aantal foutieve antwoorden, dan maar zelf het goede antwoord moet geven.  Beter is dat het programma instructies geeft om tot de goede oplossing te komen.  Onderwijzen is toch “wijzen” naar een oplossingsstrategie, zonder het goede antwoord te geven.  

Als opvoeder is het belangrijk om achteraf een stand van zaken op te vragen.  Daarom is het nodig om een rapport te krijgen van elk kind: wat heeft het gedaan? welke fouten heeft het gemaakt? Hoeveel tijd was het bezig?  Zo kan de opvoeder eventueel zelf ook hulp bieden.   Het is belangrijk dat het kind weet dat het gevolgd kan worden, dat zijn activiteit aan de computer geregistreerd wordt.  Wel oppassen dat het kind er achteraf geen faalangst aan over houdt.

Rapportering vraagt dat het programma weet wie er aan de toetsen zit te tokkelen.  Daarom moet het programma via een namenbestand dit kunnen registreren.  De eerste handeling die mijn kinderen in de klas doen aan de computer, is hun naam aanklikken.  Als het programma die mogelijkheid biedt natuurlijk.

Welke soorten educatieve programma’s bestaan er?

·         Drill & practice-programma’s of inoefenprogramma’s behoren tot de groep die we het vaakst aantreffen op de lagere school.  Ze hebben als hoofddoel  een leerstofonderdeel in te oefenen.  Dat kunnen de tafels zijn, maar ook de juiste schrijfwijze van woorden.  Wie kent er niet het programma waarbij je met een helikopter over de hoofdsteden van de Europese landen vliegt.  Herhaling is de moeder van het onderwijs.   Deze programma’s dragen daar hun steentje toe bij op een leuke manier.

Inoefenprogramma's worden aangeboden als freeware of commercieel. Freeware betekent dat je niet hoeft te betalen om de software te gebruiken.  Commerciële software is wel betalend.

Deze programma's vallen onder de ICT-eindterm De leerlingen kunnen zelfstandig oefenen in een door ICT ondersteunde leeromgeving.

·         De computer heeft zijn klassiekers die je reeds lang terug vindt op elk type computer.  Deze gebruiksprogramma’s kunnen ook een grote educatieve waarde hebben: tekenprogramma’s, tekstverwerkers, database.  De computer wordt hier als werktuig gebruikt.
Het is voor kinderen een hele ervaring om met de muis perfecte rechthoeken, cirkels en driehoeken te tekenen.   Met enkele muisklikken worden deze vlakken prachtig ingekleurd en mooi binnen de lijntjes.
Ik beweer hier niet dat we geen spellingsonderwijs meer moeten geven, maar ik vind de overdreven belangstelling voor de spelling door sommige collega’s een beetje overdreven.  Ik heb nooit wakker gelegen van de nieuwe spelling.  Mijn tekstverwerker toont mij onmiddellijk dat insekt volgens de nieuwe spelling een insect is geworden.  Zelfs verkeerde vervoegingen worden opgespoord. 

Deze programma's vallen meestal onder de eindterm De leerlingen kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.

·         Simulatieprogramma’s bootsen de werkelijkheid na.  Vaak kunnen ze vlugger en eenvoudiger een situatie uitbeelden.  Hoe werkt een motor, een sluis, de kringloop van het water?  Vaak worden er ook simulaties gebruikt in de inoefenprogramma’s. Via Youtube of BeeldbankTV kan je nu ook heel wat zaken aanschouwelijk voorstellen in de klas. Een video is nu wel niet echt een simulatie, maar het bootst ook de werkelijkheid na.

·         Informatiebronnen bieden informatie aan.  Tegenwoordig kan een hele encyclopedie worden geraadpleegd via de computer.  Niet voor niets wordt de Winkelprins niet meer verkocht als boek.  Wikipedia is een vrij toegankelijke encyclopedie die samengesteld wordt door duizenden vrijwilligers. 

Deze programma's vallen onder de eindterm De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.

·         Communicatieprogramma’s laten mensen met elkaar communiceren via de computer.  Mail- en chatprogramma's vallen onder deze categorie, maar ook forums. Ik weet niet of im-is-in-nen in de Vandale is opgenomen, maar het is in elk geval heel populair onder jongeren.  Zorg er wel voor dat jongeren in een beveiligde omgeving met elkaar chatten.

Deze programma's vallen onder de eindterm De leerlingen kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.

·         Edutainment-programma’s combineren ontspanning en leren.  Een puzzel stimuleert vaak de visuele discriminatie.  Edutainment-programma’s plakken graag het etiket “educatief” op zichzelf.  Neem dat vaak met een korreltje zout. Toch vind ik puzzelprogramma's bijzonder interessant, omdat de kinderen probleemoplossend leren denken op een totaal andere manier dan in een klassituatie. Het is ook voor hoogbegaafden een ideale uitdaging.

Deze programma's vallen onder de eindterm De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.

 

Kies je voor een computerklas of voor een computer in de klas?

Ik werd gevraagd om enkele artikels te schrijven over ICT voor het maandblad Sint-Canisius.  Iets lezen over ICT op echt papier  vind ik heel moeilijk.  Je kan geen artikels kwijt met veel links, want die moet je als gebruiker allemaal overtikken.  Daarom zal ik enkele artikels doorsturen die gaan over ICT en visie.  Mijn eerste bijdrage gaat over de virtuele strijd tussen een computerklas en computers in de klas:

Kies je voor een computerklas of voor een computer in de klas?

Op deze vraag valt niet in één, twee, drie te antwoorden.  Beide mogelijkheden hebben hun voor- en nadelen die ik hier even uit de doeken wil doen.  Het antwoord hangt ook af van het budget waar men over beschikt.  

Laat mij beginnen met de voordelen van een computerklas:

Met hard- en software loopt het soms wel eens fout.  Wanneer alle computers samen staan in een computerlokaal, is het makkelijker om de computers te ‘onderhouden’.  Je hoeft niet van hier naar ginder te lopen, alles staat bij elkaar.  Hetzelfde geldt als je een nieuw programma installeert.  Je kan ‘t als het ware aan de lopende band installeren.  Meestal worden de computers van een computerklas ook gezamenlijk aangekocht.  Het zijn dezelfde toestellen en in de meeste gevallen ook nieuwe toestellen.  Er zullen zich daarom weinig hard- of softwareproblemen voordoen.

Een netwerk aanleggen, is in een computerklas gemakkelijker, dan als de computers overal verspreid staan.   Of je nu kiest voor een peer-to-peer netwerk met coax of voor een stervormig netwerk, de bekabeling vormt in de beide gevallen geen probleem, omdat de computers toch dicht bij elkaar staan.

Als leerkracht heb je in een computerklas gemakkelijk overzicht over wat de leerlingen doen.  De leerlingen (of de helft ervan) zijn met de computer bezig.  Als leerkracht heb je dit makkelijk in de hand, omdat je geen andere zaken op dat ogenblik aan je hoofd hebt.   Het gebruik van de computer valt makkelijker te organiseren dan als de computer in de klas staat.
Er bestaat zelfs software, waarbij de leerkracht van achter zijn scherm alle handelingen kan volgen die zijn leerlingen uitvoeren.

      http://www.danware.com

Wanneer de computers in een netwerk zijn aangesloten, hoef je vaak maar één CD te laten draaien via de server.  Alle andere computers genieten dan mee.  Bedenk wel dat het niet legaal is om een programma met één licentie te laten werken op verschillende computers.

Wanneer er met een computerklas wordt gewerkt, wordt vaak een leerkracht vrijgesteld die verantwoordelijk is voor de computerklas en de activiteiten die er plaats vinden.  Zo’n leerkracht kan makkelijk zorgen dat er een goede doorstroming is in de activiteiten van klein naar groot.

Een school die een computerklas heeft, kan zijn computerklas ook gebruiken voor andere activiteiten: bijscholen van de eigen leerkrachten, de computerklas delen met een andere vereniging ’s avonds, zodat de kosten kunnen gedeeld worden, enz.

In de vrije momenten (bijvoorbeeld leerlingen die over de middag op school blijven) kunnen een grote groep leerlingen tezamen ‘computeren’ terwijl er toch maar één iemand een oogje in het zeil moet houden.   Wanneer de computers verspreid staan over de hele school is dat zeil te groot.

Ik ben ervan overtuigd dat het makkelijker is om als leerkracht de computer te gebruiken in een computerklas.  Je hebt alles beter onder controle, het is minder stresserend, de slaagkansen zijn groter. 

Als alle computers samen staan in een lokaal, is het vaker makkelijker om dit te beveiligen.  Een ‘zware’ deur, een alarmsysteem, noem maar op.

 

Zijn er dan geen nadelen aan een computerklas?

Oh ja zeker.  De investering is op de eerste plaats veel groter.  Wanneer je een computerklas wil hebben, moet je toch minstens beschikken over een achttal computers.  In dat geval kan de helft van de klas aan de computer werken, terwijl de ander helft een andere opdracht krijgt.  Acht nieuwe multimediacomputers kosten al snel in het beste geval 8 keer € 500 is gelijk aan € 4000 Voor een kleine basisschool is het niet onmiddellijk haalbaar om dit in één keer op tafel te leggen.  Het is makkelijker om dit bedrag te spreiden en dus niet in één keer alle computers aan te kopen.  Het is wel mogelijk om een computerklas te ‘leasen’ of huurkopen.  Je betaalt dan gedurende een aantal jaar de computerklas af, die de jouwe wordt als het volledig bedrag werd betaald.

Wie een computerklas wil, moet er ook de ruimte voor hebben. 
Als je een computerklas hebt, dan moet je ook de eigen klas uit.  Je verliest tijd om er naartoe te stappen en terug te keren. 
Wat een voordeel is, kan ook een nadeel zijn.  Geraken dieven binnen in een computerklas, dan plukken ze vlugger hun vruchten omdat ze mooi bij elkaar staan.  Een rinkelend alarm schrikt dieven niet zo vlug af.   Er rinkelt vaak een bel op scholen.

Het grootste nadeel hou ik voor laatst.  Werken met de computer is geen apart vak.  De computer moet geïntegreerd worden in andere leerdomeinen.  Als je tijdens de les geschiedenis iets op internet wilt opzoeken over jonkvrouw Mathilde en prins Filip en volgens het weekplan mag je pas de volgende dag naar de computerklas, dan heb je natuurlijk pech.  Een computerklas zorgt ervoor dat de computertijd in vakjes wordt opgedeeld: vijftig minuten de maandag en de donderdag.  Dat is natuurlijk geen nadeel als je over een computerklas beschikt en over een tweetal computers in de klas.  Er zijn scholen die deze luxe hebben zonder dat ze de LOTTO hebben gewonnen.   De wereld is niet altijd gelijk verdeeld, niet?

 

Hoe zit het dan met (de) computer(s) in de klas?  

Een kritisch lezer zal de voor- en nadelen hierboven reeds kunnen toepassen op de computer in de klas.  Hij/zij zal wellicht ook reeds gemerkt hebben dat ik opteer voor de computer in de klas.  Dit is statistisch gezien niet te verantwoorden, want het aantal voordelen van een computerklas is groter dan bij de computer in de klas.  En toch…

Ik wil het nog eens herhalen.  Je kan de computer moeilijker integreren met andere vakken als die in een apart lokaal staat.  Een klas is een leefgemeenschap, waar van alles gebeurt: rekenen, taal, muziek,  … De computer mag hier niet uit getrokken worden, om in een apart lokaal als een heilige te worden vereerd.

Ik gebruik de computer heel vaak om leerlingen te remediëren.  Ik besef wel dat de computer de leerkracht niet kan vervangen.  De computer is vaak een grote steun om kinderen met leermoeilijkheden bij te werken.  Maar omgekeerd kan je ‘knappe’ kinderen problemen aanbieden waar ze nu ook eens hun tanden mogen inzetten.  Samengevat: als de computer in de klas staat, kan je die makkelijker inzetten om gedifferentieerd les te geven.

De aanschaf kan gespreid gebeuren.
De computer is makkelijk te verwerken in hoekenwerk en/of contractwerk.  Het vormt één van de vele activiteiten. 
De computer is altijd beschikbaar.  Via een encyclopedie of internet kan steeds informatie worden opgezocht. 
Ik  kan de CD-ROM van mijn computer zelfs gebruiken om wat achtergrondmuziek mee af te spelen.

 

De nadelen dan:

Als de computer in de klas staat is er geen zo’n druk om die te gebruiken.  In sommige klassen wordt hij dan ook helemaal niet gebruikt.  Een  school die met behulp van een beurtrol naar de computerklas trekt,  voelt daardoor ook een zekere druk om die computers te gebruiken.

De leerkracht die zich zo’n beetje met de computers ‘bezig houdt’,  ziet vaak alle hoeken van zijn/haar school om alle computerproblemen op te lossen.  Doordat de computers in de loop der jaren werden verzameld, moet je als leerkracht reeds goed op de hoogte zijn van de verschillende systemen.

Een computer in de klas kan ook storend werken.   Andere kinderen worden afgeleid door het geluid of het beeld.  Mijn ervaring is dat kinderen dit vlug gewoon worden, trouwens ik stoor mij niet aan een beetje lawaai in de klas, zolang ik hoor dat de kinderen hun tijd nuttig gebruiken.

Het grootste nadeel van de computer in de klas is wel dat het veel organisatietalent vraagt van een leerkracht.  Omdat er meestal slechts enkele kinderen aan de computer kunnen werken, moeten er ook andere activiteiten voorzien worden  voor de anderen.  Doemen er problemen op met de computers (wat niet denkbeeldig is) dan is het schipperen met je tijd tussen verschillende groepen kinderen.  Ik moet toegeven dat mijn adrenalinepijl op sommige momenten wel ver boven het gemiddelde zit.
De ideale toestand is natuurlijk dat je een computerklas hebt en per klas een drietal computers die liefst op dezelfde manier geconfigureerd zijn als de computers uit de computerklas.  In de computerklas kan je dan de verschillende programma's klassikaal aanleren, zodat de leerlingen achteraf zelfstandig aan de slag kunnen in de klas.  De keuze van een school zal dus op de eerste plaats afhangen van het budget dat beschikbaar is EN van de vraag wat de leerkrachten zelf willen.  Het heeft weinig zin een computer in de klas te zetten die als plaats dient om een bloempot op te zetten.

Digitale schoolborden

Er zijn twee grote spelers bij de digitale borden: Smartboard en Activboard.  Smartboard wordt in Vlaanderen verdeeld door Vanerum, terwijl Prodiason voor Activboard alleenverdeler is. Beide systemen hebben hun kleine voor- en nadelen, maar ik heb beide kunnen uittesten en ben tot de slotsom gekomen, dat je best het goedkoopste bord kiest. In gebruik verschillen ze niet zoveel van elkaar.  Hou er rekening mee dat in die prijs ook de software is inbegrepen, de beamer en eventueel de installatiekosten.  Vele uitgeverijen breiden hun methodes stilletjes aan uit met toepassingen voor een digitaal bord.  Gelukkig zijn deze toepassingen niet merkgebonden, zodat de toepassingen werken op beide systemen. 

De software van Smartboard kan je thuis uittesten op jouw computer.  Dit heeft ook het voordeel dat je sommige specifieke software voor Smartboard op Activboard kan gebruiken, als je de software installeert op de computer waarop de software voor Activeboard is geïnstalleerd. 

Ik heb eens gezocht welk lesmateriaal er voorhanden is voor beide borden: 

Ik stel vast dan er weinig materiaal bestaat dat specifiek voor een bepaald bord werd ontwikkeld.  Veel lesmateriaal dat op een computer draait, werkt natuurlijk ook op een digitaal bord.  Vooral software waarbij geklikt en gesleept moet worden, is heel bruikbaar voor een digitaal bord.

In een leuk filmpje kom je meer te weten over de mogelijkheden van een digitaal bord.

Vele scholen hangen één digitaal bord in het computerlokaal.  Op zich is daar niets mis mee natuurlijk, maar een digitaal bord hoort eigenlijk thuis in de klas.  Een klassiek krijtbord heb je niet meer nodig, als je naast het digitaal bord, nog een wit bord voorziet waar je met aangepast viltstiften op schrijft.  Bordschema's sla je op en hoef je daarom maar één keer nog te maken.  Verbeteringen zijn een fluitje van een cent: je scant het invulblad van de leerlingen in en je noteert de juiste antwoorden op het bord.

Zoals met alle werkmiddelen is de meerwaarde van een digitaal bord vooral bepaald door de creativiteit en de competentie van de leerkracht zelf.  Het vraagt een tijd voor je de werking gewoon bent, maar eenmaal je aan de top zit van die leercurve kan je het bord niet meer missen.  Zelf zit ik nog halfweg die leercurve, ik heb het van horen zeggen